Veelgestelde vragen & antwoorden over gezinshuizen

 

Op deze pagina vindt u de veelgestelde vragen en antwoorden. Staat uw vraag of antwoord er niet tussen? Stuur dan een email naar Renda Zwiers via rzwiers@wsg.nu

 
Hoe ziet de procedure er uit?
Antwoord: Na uw aanmelding volgt er een informatie-uitwisseling. Dit kan telefonisch zijn. Hierna volgt een huisbezoek. Wij vragen een aantal documenten zoals een verklaring omtrent gedrag, verklaring geen bezwaar van de Kinderbescherming. Tot slot vinden de contractbesprekingen plaats.
 
Wat is het verschil tussen een pleeggezin en gezinshuis?

Antwoord: Gezinshuizen en pleeggezinnen zijn beide duurzame hulpverleningsvormen en kenmerken zich door betrokkenheid van de opvoeder bij de situatie van het kind . Echter kinderen die geplaatst worden in een gezinshuis hebben een indicatie voor WLZ, terwijl bij pleegkinderen sprake is van een pleegzorgindicatie. Verder worden pleegouders niet betaald (onkostenvergoeding) en wordt de gezinshuisouder betaald op basis van een arbeidsovereenkomst. Ook de professionele achtergrond van de gezinshuisouder speelt een rol van betekenis.

 
Wat is het verschil tussen een gezinshuis en een residentiële leefgroep?

Antwoord: Beiden hebben een WLZ-indicatie met verblijf met als belangrijkste verschil dat er in een leefgroep geen sprake is van een gezinssetting. Een gezinshuisouder en groepsleider zijn beiden in dienst bij een zorgaanbieder. De gezinshuisouder woont in het eigen huis (7 x 24 uur) als plaatsvervangende opvoeder.

 
Hoe kan ik mijzelf aanmelden als gezinshuisouder?

Wilt u zich aanmelden als potentiële gezinshuisouder? Stuur dan uw sollicitatiebrief en C.V. naar Renda Zwiers, Screener Zorg & Wonen, rzwiers@wsg.nu of neem in het geval van vragen telefonisch contact op via 088 - 5261525.


Voor wie is een gezinshuis?
Antwoord: Bij William Schrikker Zorg & Wonen worden kinderen geplaatst met een WLZ (Wet Langdurige Zorg) -indicatie gebaseerd op een (licht) verstandelijke beperking, of met een jeugdzorgbepaling, daarnaast is er sprake van bijkomende problematiek.
 
Hoe werkt een gezinshuis?
Antwoord: De meeste kinderen wonen voor langere tijd bij de gezinshuisouders, gaan naar school in de buurt en leven net als andere kinderen met vriendjes/vriendinnetjes en een gezellig thuis. De rol van ouders van de kinderen die in een gezinshuis geplaatst worden is vanaf het moment dat er sprake is van een plaatsing groot en van belang voor het slagen van de plaatsing en verblijf.
 
Wat biedt een gezinshuis?
Antwoord: Om te kunnen opgroeien en ontwikkelen is een goede verzorging, opvoeding, regelmaat, structuur, continuïteit en stabiliteit nodig. Professionele volwassenen in een groeibevorderende omgeving/sfeer zijn belangrijke factoren.
 
Vraag: wat is dat nu precies een gezinshuis?

Antwoord: Een gezinshuis is een zorgvorm waarbij één of meerdere kinderen met een verstandelijke of meervoudige beperking voor langere tijd opgenomen wordt in het gezin van de gezinshuisouders. die er bewust voor gekozen hebben deze kinderen onder zo normaal mogelijke omstandigheden te laten opgroeien. Het kind draait zoveel als het kan mee in het gewone gezinsleven in combinatie met school en/of dagcentrum.

Minstens één gezinshuisouder heeft een dienstverband met de organisatie en wordt daarbij door een team van deskundigen en behandelaars ondersteund.

Vraag: kunnen ook beide ouders/opvoeders in dienst komen?
Antwoord: De bedoeling is dat één van de ouders / opvoeders in dienst komt. Zorg & Wonen streeft namelijk naar een zo “gewoon” mogelijk gezin. Daarom vinden wij dat twee gezinshuiskinderen het maximum is, naast de eventuele eigen kinderen van de ouders.


Vraag: wat is nu de meerwaarde?
Antwoord: Belangrijk is dat het gezinshuis de kinderen een langdurige emotionele binding kunnen aangaan met vaste begeleiders/opvoeders. De continuïteit en stimulans draagt bij aan de ontwikkelingskansen. Gewoon waar mogelijk, speciaal waar nodig.

Vraag: is één kind in een gezinshuis ook een optie? 

Antwoord: Ja, het is mogelijk om één kind een thuis te bieden in een gezinshuis. 

Vraag: wanneer en hoe wordt een kind geplaatst? Antwoord: ook voor het kind geldt er een procedure die start met een aanmelding, analyse kinddossier, zorgvraagverheldering, intake, matching (zorgvraag-zorgaanbod), informatie-overdracht, kennismaking, logeren/inlopen en als eindresultaat een plaatsing/opname.

Vraag: hoe wordt een gezinshuis begeleid?
Antwoord: door een team van deskundigen; waaronder gedragsdeskundigen, pedagogisch geschoolden/gezinshuisbegeleiders, alsook door faciliterende en dienstverlenende werkers (Expertise Team, (kinder)psychiater, jurist, leidinggevende  en andere disciplines).

Vraag: wie kan gezinshuisouder worden?
Antwoord: Iemand met hart voor kinderen met een beperking en een kinderbescherming maatregel, maar ook met ervaring met en de juiste papieren voor het opvoeden en begeleiden van kinderen met een beperking. Ook moet er sprake zijn van de juiste drijfveer en visie op zorg.

Vraag: welke eisen worden er gesteld aan gezinshuisouders?

Antwoord: Vanuit William Schrikker en de WLZ gelden o.a. de volgende voorwaarden: minimaal een MBO-opleiding op van zorg en/of agogisch gebied, een bouwtechnisch in orde zijnde woning geschikt als gezinshuis, specifieke aandacht voor veiligheid en calamiteiten, een georganiseerd gezinssysteem en netwerk.


Vraag: aan welke eisen moet de woning/huis voldoen?

Antwoord: naast de veiligheidseisen gesteld vanuit de WLZ, dient er voor elk gezinshuiskind een eigen kamer te zijn.


Vraag: welke samenlevingsvormen zijn mogelijk?
Antwoord: Er wonen 2 ouders/opvoeders in hun eigen huis (7 x 24 uur), waarvan minimaal 1 ouder/opvoeder een dienstverband heeft als gezinshuisouder.

Vraag: betreft het ook normaal begaafde kinderen?
Antwoord: nee, vanuit de William Schrikker Groep worden kinderen met een verstandelijke beperking en jeugdbescherming/reclasseringsmaatregel geplaatst

Vraag: Worden er plannen gemaakt?
Antwoord: de gezinshuisouder is verantwoordelijk voor het opstellen en blijvend actualiseren van  een Kindplan gericht op het kind (Individueel Zorgplan). Tevens wordt ook een gezinshuisplan gemaakt gericht op de begeleiding van het gezinshuis. De plannen worden periodiek geëvalueerd/bijgesteld.

Vraag: Wat wordt er aan deskundigheidsbevordering geboden?
Antwoord: naast het voorbereidende en selectieprogramma om gezinshuisouder te worden, bestaan er diverse op maatgerichte ondersteunende en deskundigbevorderende activiteiten en trainingen (intern/inservice alsook extern). Ook is er de mogelijkheid tot collegiale steun en uitwisselingen.

Vraag: worden er specifieke methoden, middelen en materialen ingezet of toegepast?
Antwoord: Vanuit het alledaagse gebeuren wordt stilgestaan bij het bijzondere/problematische en worden de volgende methodieken ingevoegd: (kortdurend) oplossingsgericht werken, communicatie en systeemtheorie, sociaal competentiemodel.
Er wordt uitgegaan van Quality for Children (Q4C) een Europese kwaliteitsstandaard voor hulp aan kinderen die uithuis geplaatst worden (www.q4c.nl/) met het motto als uitgangspunt: “Ik word op een plek geplaatst die bij me past en waar ik me kan ontwikkelen”.

hoi