Een jongetje dat zijn moeder mist

Tot verbijstering en verdriet van Carla wordt haar zoontje Matthew direct na zijn geboorte in het ziekenhuis naar een crisispleeggezin gebracht. Vanaf dat moment krijgt Carla te maken met een voogd van de William Schrikker. Er ontstaat een mooie samenwerking met haar voogd, met als resultaat het eerder beëindigen van haar OTS-maatregel.  Lees hier het verhaal van Carla en haar zoontje Matthew.

Hoe het begon

Carla: “Voor mijn zwangerschap werd er bij mij PTSS geconstateerd. PTSS is een stressstoornis die je kan krijgen na een traumatische ervaring. Hierdoor had ik regelmatig last van paniekaanvallen, woede-uitbarstingen en kon ik mij heel depressief voelen.  Voor mijn zwangerschap ging ik door een moeilijke periode. Daarom wilde ik graag tijdens mijn zwangerschap extra ondersteuning, zodat ik een goede start kon maken zodra Matthew werd geboren.

Helaas pakte dit anders uit en kreeg ik een week na de geboorte te horen dat de Raad voor de Kinderbescherming hem in een pleeggezin wilde plaatsen. Het ziekenhuispersoneel maakte zich zorgen omdat ik volgens hen de baby niet goed vasthield op het moment dat ze binnen kwamen of het mutsje vaak vergat.  Volgens hen had ik de basale zorg niet op orde.  Dus maakte ze een melding bij de Raad voor de Kinderbescherming. En vanaf dat moment kregen we hulp van een voogd van de William Schrikker.”

Carla: “Dit was voor mij een heftig moment. Ik voelde me onbegrepen, ik was boos en naar mijn mening had het ziekenhuispersoneel veel te snel hun conclusies getrokken. Wie kan er nu na een week zeggen dat je je kind niet kunt opvoeden.  Ondanks onze boosheid wilde we dit niet uiten naar onze voogd. Zij is er juist om ons te helpen. Door deze instelling hadden wij met onze voogd een hele open communicatie en een goede samenwerking.

Een kans om jezelf te bewijzen

De voogd nam nadat ze Matthew bij mij hadden weggehaald als snel contact met ons op om te kijken wat het beste was voor Matthew. Ik vond onze voogd echt fantastisch. Ze was heel open, legde alles goed uit en dacht met ons mee. Ze behandelde ons met respect en luisterde oprecht naar ons. 
Na veel voorstellen, zijn we tot de conclusie gekomen dat een ander pleeggezin noodzakelijk was, maar daarop zou wel een perspectiefonderzoek komen. Dan krijg je toch een beetje de kans om te bewijzen dat je kind bij jou hoort. 

Het perspectiefonderzoek ging heel goed. We merkte dat Matthew helemaal opbloeide als hij bij ons was. Hij was vrolijk, wilde spelen en maakte goed contact. Maar zodra hij terugging naar het pleeggezin ging het minder goed. Hij huilde veel, sliep slecht en moest alleen maar getroost worden. Het was overduidelijk: het jongetje miste gewoon zijn moeder”.

Gezinshuis in het hoge noorden

Carla: Onze voogd meldde ons aan bij een gezinshuis in Drenthe. Het gezinshuis was een oude boerderij waar een groot woongedeelte beschikbaar werd gesteld voor ons gezin. Dus mijn vriend, Matthew en ik verhuisde voor drie maanden naar het hoge noorden waar we begeleiding kregen van een coach en 24/7 geobserveerd werden. Zij kon ieder moment bij ons binnenkomen om ons te hulp te schieten. Ik heb dat altijd als heel prettig ervaren. De coach van het gezinshuis voerde met mij hele goede gesprekken. Ze vroeg altijd door en probeerde me ook echt te leren kennen. Na een maand gaf de coach al aan dat het super goed ging.  Zij zag een gezin dat heel veel van hun kindje houdt, die waarschijnlijk na de geboorte een beetje onhandig zijn geweest en die gewoon lekker naar huis horen te gaan met hun kind. Dat gaf mij zoveel zelfvertrouwen”.

Zo blij! De OTS eraf

Carla: “Na drie maanden mochten we weer naar ons eigen huis. We hielden een aantal uur in de week thuisbegeleiding. Ik vond het best spannend om weer thuis te zijn. Gelukkig stond onze begeleidster altijd voor ons klaar. Na een tijdje merkte zij dat het heel goed met ons ging. De OTS was eigenlijk aangevraagd tot en met augustus 2021. Mede dankzij de complimenten van onze begeleidster had onze voogd besloten om bij de kinderrechter een verzoek in te dienen om de OTS eerder te laten beëindigen.  Wel met de voorwaarde dat we nog een tijdje begeleiding zouden krijgen zodat we ergens op terug konden vallen zodra het even niet lekker ging. De kinderrechter was het daar mee eens en we kregen te horen dat we vanaf maart 2021 geen OTS meer zouden hebben. Ik sprong een gat in de lucht.

Als de voogd zich terugtrekt dan krijg je veel meer verantwoordelijkheid. De voogd laat daar mee zien dat je een stapje meer kan zetten omdat jij al bereid bent het beste te willen voor je kind. Het geeft vertrouwen.  Onze voogd had vertrouwen in ons en heeft daarom ook de OTS eerder laten beëindigen. Een groter compliment dan dat kunnen we niet krijgen.

Welke tips zou jij andere ouders willen meegeven?

  1. Probeer je boosheid los te laten.  Het is begrijpelijk dat je boos bent en het is ook makkelijker gezegd dan gedaan. Maar uit deze boosheid niet naar de voogd. De voogd is er om je te helpen. Met elkaar kunnen jullie misschien tot de beste oplossing komen voor je kind.  De William Schrikker wil natuurlijk ook het liefst, als dat haalbaar is, dat kinderen bij hun ouders opgroeien.
     
  2. Neem initiatief.  Als je merkt dat de communicatie tussen jou en je voogd wat stroef verloopt, bel dan zelf de voogd op. Kijk of hij/zij tijd heeft om met je te praten.  Wacht niet af want dan wek je namelijk de indruk dat het je niks interesseert of dat je er minder bij stilstaat. Laat zien dat je wil knokken voor je kind of kinderen.
     
  3. Vertrouw op jezelf. Luister naar je gevoel, geef dingen duidelijk aan en zorg ervoor dat je gehoord wordt. Je voogd wil zien dat je bereid bent te knokken voor je kind. Soms raken de ideeën wel eens op en soms werken dingen niet altijd. Maar als je vertrouwd op jezelf en initiatief neemt, wie weet wat de toekomst dan brengt. Ook als je kinderen niet meer thuis wonen. Blijf duidelijk tegen ze en kom je beloftes na, dat zorgt ook voor stabiliteit. Je bent en blijft altijd ouder, ook als je kind groot is of ergens anders woont. Je kind zal altijd een onderdeel van jou zijn.”